Noot: Op deze pagina wordt het Elektra ABC opgebouwd. Het nog niet compleet (verre van)…

Elektriciteit is genoemd naar Elektron, het Griekse woord voor Barnsteen. Statische elektriciteit kan namelijk worden opgewekt door met een wollen lap over een stuk barnsteen te wrijven. Een oude puristische benaming voor elektriciteit is dan ook barnsteenkracht. Statische elektriciteit is de benaming voor elektriciteit die zich voordoet in slecht- of niet-geleidende stoffen. In deze zogenaamde isolatoren kan elektrische lading worden opgewekt, die in rust blijft bestaan en zich niet verplaatst omdat er geen stroom kan lopen. De elektrische lading ontstaat als er meer positieve(+) of negatieve(-) deeltjes ergens opzitten. De positieve deeltjes noemen we protonen en de negatieve deeltjes elektronen. Als twee voorwerpen een verschillende potentiaal hebben (er is een elektrisch potentiaalverschil), en ze worden door een geleider verbonden, loopt er een elektrische stroom van het voorwerp met de hogere potentiaal naar dat met de lagere potentiaal.

Stroom kan gelijkstroom (Direct Current) zijn, maar ook wisselstroom (Alternating Current). In beide gevallen gaat het om de richting waarin de elektriciteit stroomt. Gelijkstroom wordt onder andere gebruikt in auto’s en schepen, terwijl thuis wisselstroom uit het elektriciteitsnet (stopcontact) komt.

Naast stopcontacten (wisselstroom) kunnen batterijen of accu’s  (gelijkstroom) een bron van elektrische energie zijn. In dit geval is er een potentiaalverschil tussen de polen en aansluitingen van de accu, door een scheve verdeling van elektrische lading binnen in de batterij. Door het aansluiten van bijvoorbeeld een lamp op de accu gaat er een stroom door de gloeidraad van de lamp lopen. Doordat de bewegingen van elektronen door de dunne gloeidraad moeilijk is (weerstand ondervindt), gaat er energie verloren en wordt omgezet in warmte. Hoe hoger de stroom, hoe warmer de draad wordt en deze gaat gloeien. Gloeien geeft licht. Hoe heter de gloeidraad is, hoe helderder de lamp licht geeft.

In de atmosfeer kan een potentiaalverschil ontstaan tussen het aardoppervlak en een wolkenmassa. Wanneer de spanning zo groot wordt dat lucht wordt geïoniseerd, ontstaat er een ontlading in de vorm van bliksem.

De algemene eenheid waarin de sterkte van stroom wordt uitgedrukt is de Ampère. Deze eenheid is vernoemd naar de uitvinder ervan, André-Marie Ampère.
Het potentiaalverschil  tussen twee punten staat beter bekend als de elektrische spanning of kortweg spanning. De elektrische spanning wordt uitgedrukt in Volt (genoemd naar de Italiaan Alessandro Volta) en kan aan de hand van de Wet van Ohm worden berekend.
Om de spanning (U) te berekenen wordt de stroomsterkte (I) vermenigvuldigd met de weerstand (R) van het materiaal waar de stroom doorheen loopt. Hieruit volgt o.a. dat de stroomsterkte omgekeerd evenredig is aan de weerstand. De stroomsterkte (I) = spanning gedeeld door de weerstand (R).

Het vermogen (W) dat in een lamp (weerstand) opgewekt wordt bij een bepaalde spanning (U) is afhankelijk van de stoom (I). Vermogen (W) = Spanning (U) maal Stroom (I).

Bijvoorbeeld 230 Volt * 0,435 Ampère  = 100 Watt.
Als deze lamp één uur aan staat, dan wordt 100 Watt * 1 uur = 100 WattUur verbruikt.
100 WattUur = 0,1 kiloWattUur.
1 kWattUur kost ca. 20 eurocent.
In één uur heeft deze lamp ca. 2 eurocent aan elektrische energie verbruikt.

Ampère – André Marie Ampère

Volt – Alessandro Volta

Ohm – George Ohm

Watt – James Watt

Tesla

Faraday